EMBRYO TRANSPLANTATIE BI J HET PAARD

W.K. Hendriks, DVM, Dipl. ECAR Department of Equine Sciences, Faculty Veterinary Medicine, Utrecht University The Netherlands

Abstracts European Veterinary Conference Voorjaarsdagen 2009

Inleiding

In Nederland is de toepassing van embryo transplantatie (ET) bij het paard de laatste jaren explosief toegenomen. Het wordt voornamelijk toegepast bij merries die genetisch interessant zijn voor de  fokkerij, maar ook bij merries die volop in de sport actief zijn of zelf niet meer in staat zijn om een dracht te voldragen.

Techniek

De embryo spoeling vindt meestal plaats 7-8 dagen na ovulatie (D7 of D8) via een niet-chirurgische methode. Dit houdt in dat er een Foley-catheter onder vaginale begeleiding via de cervix in de uterus van de donor merrie wordt gebracht. De cuff van de Foley-catheter wordt opgeblazen met 50 ml lucht of spoelvloeistof, nadat deze door de cervix is gebracht. Hierdoor wordt de uterus afgesloten en kan deze worden gevuld met 1-2 liter spoelvloeistof. Aansluitend wordt de uterus via het rectum gemasseerd, zodat de spoelvloeistof zich gelijkmatig in de uterus verdeeld en dat het embryo los komt van de endometrium plooien. Tevens veroorzaakt het rectaal manipuleren van de uterus een snelle vloeistofstroom waardoor de winkansen op het embryo worden vergroot. De spoelvloeistof loopt via een ET filter uit de uterus en het embryo wordt in het ET filter opgevangen. Deze procedure wordt 3-4 keer herhaald en daarna wordt het embryo gezocht met behulp van een microscoop. Indien er een embryo is gevonden, dan wordt deze voorbereid voor transplantatie door het enkele keren te wassen in een speciaal holding medium en vervolgens te laden in een 0.25-0.5 ml rietje. Dit rietje wordt overgebracht in een ‘cassou’ type transplantatie pipet, welke is omgeven door een plastic hoes. De ontvangster merrie is zorgvuldig voorbereid op de transplantatie en de pipet wordt vaginaal ingebracht. Op het moment dat de pipet zich net in de cervix van de ontvangster merrie bevindt, wordt de plastic hoes van buitenaf kapot getrokken en wordt de pipet verder opgeschoven tot in de corpus uteri alwaar het voorzichtig wordt leeg gedrukt. Een week na transplantatie zal de eerste drachtcontrole van de ontvangster merrie plaatsvinden. Het embryo kan na het wassen in het holding medium ook worden opgeslagen in ditzelfde medium en vervolgens gekoeld (5°C) worden verzonden naar een ET ontvangster centrum. Hier zal het embryo binnen 24 uur na het spoelen wordt overgezet in een ontvangster merrie. Factoren van invloed op het succes van ET Het resultaat van ET wordt o.a. beïnvloed door:

1. De vruchtbaarheid van de donor merrie. De leeftijd van de donor merrie is negatief gecorreleerd met de vruchtbaarheid als gevolg van afnemen van de eicelkwaliteit bij het toenemen van de leeftijd. Daarnaast heeft een “post-mating” endometritis (infectie van de uterus na inseminatie, voorkomend bij oudere merries) ook een negatieve invloed op de vruchtbaarheid. Het aantal eisprongen per cyclus kan het resultaat juist positief beïnvloeden: indien een merrie meerdere eisprongen (2-3) heeft, dan kan dit resulteren in meerdere embryo’s per spoeling.

2. Het type sperma (vers/gekoeld/diepvries) Het beste bevruchtingsresultaat wordt verkregen indien de merrie met vers sperma wordt geïnsemineerd. Echter in Nederland wordt voornamelijk gewerkt met gekoeld of diepvriessperma en in het bijzonder het gebruik van diepvriessperma drukt de bevruchtingsresultaten.

3. Het moment van inseminatie. Het is belangrijk dat de merrie op het juiste tijdstip wordt geïnsemineerd (12-48 uur voor ovulatie tot 6 uur na ovulatie, afhankelijk van de kwaliteit en het type sperma).

4. De vruchtbaarheid van de hengst. Er is veel individuelevariatie in de vruchtbaarheid van de hengst (onafhankelijk van het type sperma), wat de kans op bevruchting en dus de kans op een embryo beinvloedt.

5. Tijdstip van embryo spoeling. Het is gebruikelijk dat de donor merrie op D7 of D8 wordt gespoeld om een embryo te winnen, omdat het embryo ca. 6 dagen na de eisprong vanuit de eileider in de uterus aankomt. Deze afdaling wordt beïnvloed door het seizoen, de leeftijd van de merrie en het type sperma. Daarom wordt een oudere merrie (>14 jaar), geïnsemineerd is met diepvriessperma, eerder op D8 dan op D7 gespoeld.

6. Synchronisatie van de donor merrie met de ontvangster merrie(s). Een andere factor welke grote invloed heeft op het succes van ET is de synchronisatie van de donor merrie met de ontvangster merrie. De grote variatie in hengstigheidsduur maakt het synchroniseren lastig, maar er mag meer spreiding zijn in het moment van ovulatie dan bij de koeien; de ontvangster merrie mag 1 dag vóór de donor merrie ovuleren tot 3 dagen na de donor merrie.

7. De vruchtbaarheid van de ontvangster merrie. De ontvangster merrie wordt geselecteerd op vruchtbaarheid, normale bouw van het geslachtsapparaat, normale cycliciteit, goede algemene gezondheid, goede lichaamsconditie en leeftijd (3-12 jaar). Tevens is het relevant dat ze niet teveel in grootte verschilt van de donor merrie.

8. Ervaring van de dierenarts. Als laatste is de ervaring van de uitvoerende dierenarts van invloed op de resultaten van ET. In het bijzonder is de ervaring in het uitvoeren van de transplantatie een cruciale stap in de gehele procedure. Hierbij is het belangrijk dat men zeer hygiënisch werkt en dat men niet teveel manipuleert aan de cervix. Intensieve manipulatie van de cervix leidt tot dilatatie van de cervix en het vrijkomen van de hormonen oxytocine en prostaglandine F2α. Dit kan luteolyse veroorzaken (afbraak van het corpus luteum) en vervolgens zal de vrucht worden afgestoten. Ook bacteriële verontreiniging van de uterus zal leiden tot het afsterven van de vrucht, doordat er een ontsteking van de uterus ontstaat als gevolg van de contaminatie.

Conclusie

ET is een techniek die afhankelijk is van veel factoren en het is erg belangrijk dat een merrie eigenaar zich goed laat informeren over deze techniek voordat hij/ zij overgaat tot ET bij zijn/haar merrie. Indien men zich niet goed bewust is van de risico’s, dan zal ET leiden tot frustraties en teleurstellingen.

Referenties

1. Stout, TAE. Equine embryo transfer: review of developing potential. Equine Vet J 2006;38:467-478

2. Allen, WR. The development and application of the modern reproductive technologies to horse breeding. Reprod Domest Anim 2005;40:310-329

Onderstaande afbeelding laat het embryo zien. Klik op de afbeelding voor een grote weergave. Het embryo is met het oog waarneembaar in dit geval.

Deze website maakt gebruik van cookies. Accepteer door te sluiten.